Back to Top

Betekenis van de kapelramen

De ramen van de Kapel in Kasteel Terborgh van Schinnen
Het kasteel in vroeger jaren was een multifunctioneel bedrijf dat geleid werd door de
kasteelheer, veelal een graaf, een baron, een jonkheer en hun familie. Tot het kasteel
behoorden landerijen en een of meer verpachte boerenhoeven. In de bijgebouwen waren
diverse werkplaatsen, paardenstallen, opslagruimten en ook woonruimten voor de
belangrijkste personeelsleden ondergebracht. In het nabije dorp waren veel mensen van het
kasteel economisch en maatschappelijk afhankelijk.
De kasteelheer met echtgenote en kinderen plachten regelmatig de kerkelijke diensten bij te
wonen, veelal in de dorpskerk in een aparte, terzijde van het altaar ingerichte zijbeuk of
kapel, nauwelijks zichtbaar voor het gewone kerkvolk, in rijen geknield op bidstoelen. Een
kasteel was die titel pas echt waard als er een aparte eigen kapel of kerkruimte was ingericht
binnen de muren van de burcht. Zo ook in kasteel Terborgh, hoewel duidelijk later
aangebracht toen de woonbebouwing op de motte al verdwenen was en een deel van de
bijgebouwen aangepast was voor adellijke bewoning.

 

Schinnen Terborg 071, GN, St Franciscus 1998 kopie
Schinnen Terborg 072, GN, St Gerlachus 1998-topaz-denoise-sharpen-color
previous arrow
next arrow

 

In 1998 zijn bij de grote restauratie van het kasteel in de kapel twee passende kerkramen in
glas in lood aangebracht, in – wat heet – een traditionele vormgeving, passend bij
architectuur en ambiance van het kasteel en de daarin ondergebrachte kerkelijke ruimte.
Kasteelheer Jozef Stassen – inmiddels was Terborgh geen adellijk goed meer – gaf zijn neef
opdracht deze glasramen te ontwerpen. Want neef Mgr. Jos Stassen was niet alleen priester
en theologisch geschoold, maar ook een veelzijdig cultuurdrager, zelf kunstenaar en
gerenommeerd kenner van kunst en architectuur. De ‘Stichting Biografie Mgr. Jos Stassen’ gaf
reeds in 2016 een boek uit onder de titel ‘Mgr. Jos Stassen veelzijdig cultuurdrager 1921-
2001’. Voor de kapel van Kasteel Terborgh leidde de opdracht tot een raam waarop St.
Franciscus is afgebeeld en het andere is de beeltenis van St. Gerlachus, beiden omgeven
door dieren in een hard ingekleurde omgeving. Het is geen toevallige keuze, zoals blijkt uit
onderstaande korte beschrijvingen.
Eerst echter nog een kleine anekdote. Links onder op het raam van St. Franciscus staat in
kleine letters de tekst: ‘Dedit: F. Beckers, Burg. Van Schinnen, J.Stassen.’ Dedit is het latijnse
woord voor ‘Hij Gaf’, daarmee – zoals veelal op kerkramen – de schenker erend en dankend.
Maar de burgemeester van Schinnen, met zijn aan St. Franciscus ontleende voornaam, wist
van niets. Kasteelheer Jozef Stassen had dit bedacht uit erkentelijkheid voor de
ondersteuning van de Gemeente Schinnen bij het restauratieproces van het hele
kasteelcomplex.
St. Gerlachus leefde van ongeveer 1120 tot 1166 in Houthem bij Valkenburg aan de Geul. Hij
leidde in zijn jeugdjaren een nogal lichtzinnig leven, maar toen zijn echtgenote op jonge
leeftijd overleed kwam hij tot inkeer. Hij trok naar Rome en Jerusalem op bedevaart en ging
na terugkeer als kluizenaar – zo luidt de legende – in Houthem wonen in een grote holle
eikenboom. Hij koos voor dienstbaarheid en schonk voedsel aan de armen, maar werd ook
raadgever voor de adel en de rijken. Hij werd bekend en beroemd. Gerlachus stichtte nabij
de kluis een klooster waar de zusters Norbertinessen zich vestigden. De voormalige Proosdij
van die zusters is later cultureel en culinair bekend geworden als het wijd en zijd
gerenommeerde Château St. Gerlach in Houthem-Valkenburg. In de nabij gelegen
St.Gerlachuskerk bevinden zich aan St. Gerlachus gewijde kunstwerken en attributen uit lang
vervlogen tijden, alsmede de reliekschrijn met stoffelijke resten van de heilige.
St. Franciscus van Assisi is wellicht de meest bekende uit een lijst van heilige naamgenoten.
Hij leefde van ongeveer 1181 tot 1226 in Assisi in Midden-Italië, waar hij tot op de dag van
vandaag nog aanbeden en verheerlijkt wordt. Hij was op jeugdige leeftijd een wildebras en
levensgenieter, die als soldaat vocht in de regio en deelnam aan de kruistochten, maar daar
ook vrede zocht met Islamitische leiders. Op ongeveer 20-jarige leeftijd vond er een
ommekeer plaats in zijn leven. Hij werd geraakt door de armoede, de ziekten en het leed om
hem heen, vooral door de uitsluiting van de door melaatsheid getroffenen. Hij koos voor hulp
aan de armoedige, dienstbaarheid, geweldloosheid en gebed en wijdde zich aan God en de
Kerk. Franciscus was de stichter van de Kloosterordes der Franciscanen voor paters en die der
Franciscanessen voor zusters. In de kloosterkerk bouwde hij eens een waarheidsgetrouwe
stal om daarin met Kerstmis de geboorte van Jezus Christus te vieren, zich niet realiserend
dat hij met zijn Kerststal een wereldwijde jaarlijkse traditie voor eeuwen had ingezet. Al twee
jaar na zijn overlijden werd hij door de Paus Heilig verklaard. In Assisi zijn er nog vele
herinneringen aan deze heilige te zien.
St. Franciscus en St. Gerlachus, twee tijdgenoten die bewust en vrijwillig kozen voor
soberheid en eenvoud maar ruimhartig waren in grote dienstbaarheid.
Frans Beckers, juli 2024